Dwaalgasten
Jij ging de ene |
| Frank Westerman - Rusland 2007 |
|
Fotoverslag van een literaire reis
We rijden van het vliegveld naar de stad. Voor de meeste van ons is dit de eerste kennismaking met Rusland. Wat opvalt is de grootsheid van de gebouwen, de pleinen, de straten, het is duidelijk een wereldstad, Groteske beelden op hoge sokkels, alles gemaakt om te imponeren; alles uitgebreid toegelicht door Ella. En voorzien van sarcastisch en humorvol commentaar. Leuk om naar te luisteren. Ella is duidelijk aangestoken door het (westerse) feminisme.
Zondag met de bus eerst naar de Aurora (een ramtoren schip zoals toen rond 1900 gebruikelijk) waarop de aftrap voor de revolutie werd gegeven. Daarna naar de vesting en de kerk waar de Romanovs liggen begraven. In de kerk blinkt het overweldigende goud je tegemoet. De vesting is gebouwd naar voorbeeld van de vestingstad Naarden, door tsaar Peter bekeken, en bewonderd indertijd. We bezoeken een begraafplaats waar allerlei grootheden uit de wereld van de kunst liggen begraven ; o.a Moessorgski, Dostojevski, Tsjaikovski. Dan op naar de opstandingskerk waar wij stil doorheen schuifelen. Ik ben verbaasd over de devotie van de vrouwen, en, heel soms, een man. Ook hier enorme hoeveelheden kunst.
Om half zes de volgende ochtend word ik wakker en schuif voorzichtig het gordijntje open en Rusland, met een enorme hoeveelheid berkenbomen, trekt aan mij voorbij. In elkaar gestorte fabrieken, veel vuil, af en toe een kluitje hutten, en soms een verzameling flatgebouwen in de beste Russische traditie. Als zo rond zevenen de bebouwing dichter en hoger wordt weet ik dat we inmiddels in Moskou zijn. We verlaten de trein en aan de voorkant van het station treffen wij het Plein der Zeven Stations, alwaar een enorme hoeveelheid Tsjetsjenen en Georgiërs klaar staat om zich te laten ronselen. Er staan ook veel mensen met bier en wodka. Een sfeer van gelatenheid en hulpeloosheid, soms houdt de politie hier razzia’s. Deze mensen zijn illegaal in de optiek van Poetin en, zijn enige vriendje, de burgemeester van Moskou.
De tweede ploeg komt aan, wij stappen in de bus om te gaan ontbijten in een restaurant vlakbij het Rode Plein. Als we ontbeten hebben, reizen we met een omweg naar het hotel, onderweg bijgepraat door onze nieuwe gids Nina. In het hotel aangekomen ontmoeten we in de lobby Frank Westerman en het is meteen: vragen, discussie over Rusland, en wat we zoal links en rechts hebben meegemaakt en aangetroffen...
In de buitenwijken van Moskou staat in een zaaltje een videorecorder waar wij de film “de Baai van Kara Bogaz “ gaan bekijken. De film, naar aanleiding van het boek van Paustovski, is een van de redenen waarom Frank “Ingenieurs van de Ziel” schreef. Donderdagmorgen vertrekken we per bus naar Peridelkino, het datsjadorp van de schrijvers. Het ligt niet al te ver van Moskou en na een rit over glooiende heuvels arriveren we bij het huis van Boris Pasternak van wie ik mij niet veel meer kan herinneren dan een suikerzoete meisjesfilm; “Dokter Zjivago”, met Omar Sharif in de hoofdrol. Het is een prachtig, aan een onderhoudsbeurt toe, houten huis. Eenmaal binnen lijkt het huis nog volledig in originele staat.
Een vrouw vertelt het verhaal van Pasternak: ” Op een avond kruipt Pasternak de zolder van het huis op, en hoort op de Zweedse radio het bericht dat hij de Nobelprijs voor de literatuur heeft gewonnen. Eenmaal beneden drinkt hij, met toevallig aanwezige vrienden, een borrel op de goede afloop. Trots uiteraard, eindelijk erkenning. Twee uur later wordt hem duidelijk gemaakt door collega’s dat het niet zo eenvoudig ligt; zij weigeren hem een hand te geven en zeggen dat hij de prijs moet weigeren. De regering laat een bijzondere editie van de Pravda verschijnen waarin omstandig uit de doeken gedaan wordt welk een leugenachtig mens Pasternak wel niet is en hoe hij het volk heeft verraden, iedere Rus krijgt een exemplaar thuis. In twee uur tijd is het leven van Pasternak veranderd. Van euforie tot de hel. (Het wordt hem duidelijk gemaakt, dat wanneer hij de Nobelprijs aanvaart, zijn vrouw, minnares en kinderen niet met rust gelaten zullen worden). Pasternak zwicht voor de druk, ondanks internationale steun, hij kan niet anders; het leven van zijn dierbaren is een te groot offer. Hij bekent schuld. Hij heeft nooit meer geschreven en sterft twee jaar later roemloos. Zijn vrouw, zijn minnares en zijn kinderen verdwijnen alsnog naar de Goelach en veel mensen die zijn begrafenis bezoeken raken hun baan kwijt. Jaren later als de bliksem inslaat in de boom bij zijn graf blijkt, dat in de boom een afluisterinstallatie zit. De KGB is overal.
Mijn mening over Pasternak en dokter Zjivago moet ik bijstellen. Onder de indruk gaan wij het schrijversdorp in en als we na lang zoeken de plek vinden waar Frank Westerman (op zoek naar de plek van Paustovski’s huis) jaren eerder door bewakers is weggestuurd, gebeurt dat opnieuw en moeten we verdwijnen want anders…. wordt er veelbetekenend gezegd. 50 Meter verderop leest Frank ons, met de bewakers op de achtergrond, de betreffende passage voor. (Echter kan niet.)
Vrijdag ga ik met reisgenoot Erik en twee anderen naar de buitenwijken van Moskou om de “echte “ Moskoviet te zien in zijn omgeving terwijl de grote groep afreist naar Tarusa waar Paustovski ligt begraven. Wij bekijken een Russische markt. We ontmoeten elkaar ’s avonds weer in een restaurant aan de rand van het centrum, na het eten gaan we met de metro naar het hotel terug. Een klein groepje met Erik, Jan Albert, Frank, Flip, Mark en ikzelf wil wel weten waar “de Rus “zelf uitgaat en wij besluiten een ska café te gaan bezoeken, we zien een te gekke band die o.a. het carnaval der dieren in een ska uitvoering speelt. Veel gepraat over het schrijverschap, Rusland, literatuurkritiek. Natuurlijk wijn en bier. Als het drie uur ‘s nachts is gaan we terug. Frank steekt op straat zijn hand op en er stoppen meteen een aantal auto’s. Zij willen ons wel voor tweehonderd roebel naar het hotel brengen, als we twee auto's hebben uitgezocht, begint een dwaze wedstrijd tussen twee snorders met angstige passagiers op de achterbank. Onze snorder roept de hele tijd dat hij Tsjetsjeen is, met meer dan honderd kilometer per uur scheuren wij door Moskou, een jongensdroom. Trillend stappen wij uit de auto. In het hotel gaan we pas naar bed nadat we een borrel hebben genomen om van de schrik te bekomen. Zaterdagmorgen om zeven uur op, met kleine ogen de ontbijtzaal in, voor de koffie. Na het pakken van de koffers de bus in op weg naar de Tretjakovgallerij voor de schilderijen van Repin en een immense verzameling iconen.. Poetin babbelt hier met de Russische patriarch onder een beroemde icoon, daar stemmen zij hun beleid op elkaar af, zij zijn beiden gebaat bij een devoot volk. Wat je noemt een leuke vrindenclub. We zijn op tijd op het vliegveld, Frank zwaait ons uit, voor de terugreis naar Schiphol.
Epiloog Maar wat me het meest bijblijft zijn de mensen; Frank met uitleg over Pereldelkino en de baai, het Ska Café, de maffe taxirit after, de markt in de buitenwijken van Moskou, de suppoosten in de musea, de armoede, de onbestemde haat, de hoop, de berusting, het immense verschil tussen rijk en arm, de mensen altijd op hun hoede (let op wat je zegt), de paupers op het plein voor het station. Jaren hebben we, angstig gemaakt, naar de Muur ( en niet erover) gekeken van: “Oh God, als de Russen maar niet komen”. En zij?…., zij deden precies hetzelfde. De groep medereizigers, leuk en minder leuk, met en zonder humor, maar allemaal belezen en belangstellend, altijd in gesprek, de gidsen altijd uitleggend en voor ons vertalend met hun eigen achtergrond en frustraties. Het meeste blijft me bij: zittend onder het bureau van Pasternak op de vloer, kijkend naar de uitgesleten planken onder het bureau, hier heeft het drama zich voltrokken, hier heeft een mens zijn leven verwoest zien worden in amper twee uur tijd, van de beste schrijver in de wereld tot de meest gehate Rus. Het verraad van je beste vrienden. Wie is nog te vertrouwen? Ik word er treurig van. De oplossing (een beetje) is het uitpakken van de cadeautjes. |













